Ga naar home van Werkgroep Voetafdruk Nederland
Home
Columns
 De onbewoonbare aarde en Warme aarde, koel hoofd vergeleken, Quintijn Hoogenboom
 Grenzen aan de groei, 48 jaar later, Han Snijders
 Biodiversiteit, bomen en Steenbreek, Jan Juffermans
 

Tegengestelde boeken kritisch bekeken

“De onbewoonbare Aarde” en “Warme Aarde, koel hoofd”

Twee boeken die volkomen tegengesteld zijn, het ene eigenlijk wanhopig somber, het andere ongefundeerd optimistisch. Waar kies je voor?

“De onbewoonbare Aarde”, van David Wallace-Wells, begint in het eerste hoofdstuk “kettingreacties” met de zin: “Het is erger dan je denkt, veel erger”. Op dit moment: denk alleen maar even aan de bosbranden boven de poolcirkel, die door de NOS in de publiciteit werden gebracht op de tweede dag in de historie dat het in Nederland boven de 40 °C kwam.

Vervolgens schetst hij de “facetten van chaos”: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, rampen die niet natuurlijk meer zijn, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen (waaronder vermindering van onze geestelijke vermogens), economische ineenstorting, klimaatconflicten.

In het laatste hoofdstuk vraagt Wallace-Wells zich af “En als we het nu eens mis hebben?”. Dat zou heel mooi zijn, maar wel heel erg gevaarlijk om vanuit te gaan, want “bij deze test van het klimaat hebben we een steekproef van exact één”.

Kersttoespaak 1988

Het boek “Warme Aarde, koel hoofd” van Simon Rozendaal, ook in 2019 gepubliceerd, is eigenlijk meer een pamflet. Met een heleboel juiste constateringen, maar vervolgens een onnavolgbare draai om toch maar niets te hoeven doen, en vooral niet te snel.

Hij citeert koningin Beatrix in haar kersttoespraak van 1988:

“Met Kerstmis, het feest van Jezus’ geboorte, breekt het licht door in een wereld verduisterd door menselijk egoïsme en heerszucht over medemens én natuur. Die duisternis ervaren we vandaag in al zijn benauwdheid nu de toekomst van de schepping zélf op het spel is komen staan. Wat wij thans meemaken, is niet de vernietiging van de Aarde in één klap, maar in een stil drama. Onze wereld lijdt onder ontbossing, woestijnvorming, vervuiling en vergiftiging van lucht, bodem en water, uitsterving van dier- en plantsoorten, aantasting van de ozonlaag die ons tegen gevaarlijke straling moet beschermen en stijging van de temperatuur met bedreigende gevolgen, zoals de verhoging van de zeespiegel. Langzaam sterft de aarde en wordt het onvoorstelbare – het einde van het leven zelf – toch voorstelbaar.”

In plaats van deze onthutsende boodschap uiterst serieus te nemen, vraagt Rozendaal zich slechts af wie haar deze woorden heeft ingefluisterd. Rozendaal is zich er inmiddels wel van bewust dat “de Aarde opwarmt en dit voor een belangrijk deel door toedoen van de mens geschiedt”. Om vervolgens zijn volgende hoofdstuk te verzuchten: “maar het wordt zo overdreven”.

Energiedichtheid

Hij analyseert de energiedichtheid van de verschillende energiedragers, naar aanleiding van boeken van Vaclav Smil, met name “Power Density” uit 2015. Een nog niet zo eenvoudig begrip waarvan ik betwijfel of dit een zinvolle maat is. Hij komt tot de onthutsende ontdekking dat de fossiele brandstoffen bij elektriciteitsproductie een vermogensdichtheid hebben van 1000 keer zo veel als zonnecellen en waterkracht en misschien wel 10.000 keer zo veel als windturbines en biomassa.

Rozendaal komt tot de terechte conclusie dat het met zon en wind, laat staan met biomassa, niet gaat lukken. Dan maar schaliegas?

Energierendement, EROI

Helaas vergeet Rozendaal het energierendement, de EROI, Energy Return on (Energy) Invested, te noemen. Dit is de enige zuivere maat van efficiëntie van elektriciteitsproductie: de hoeveelheid energie die uit een bepaalde soort brandstof gewonnen wordt, gedeeld door de hoeveel energie die hierbij is geïnvesteerd. Hierbij moet de hele “keten” in ogenschouw worden genomen. Bij een EROI van 1 heb je geen netto-opbrengst. Er gaat dan net zoveel energie in als er uitkomt. Het blijkt dat het energierendement van fossiele brandstoffen traditioneel hoog is. Daardoor hebben wij in de afgelopen eeuwen zo’n welvaart kunnen opbouwen en zo’n grote bevolkingsgroei kunnen realiseren. Helaas raken de voorraden geleidelijk aan uitgeput, wordt het moeilijker om olie, gas of steenkool te exploiteren en zijn de fossiele brandstoffen met de grootste voorraden, steenkool en bruinkool, naar huidige inzichten te vervuilend en te duur om nog gebruikt te worden voor elektriciteitsproductie. En dan zitten we natuurlijk nog met het broeikaseffect ervan.

Van het gas af?

Rozendaal hekelt het gemak waarmee politici hebben besloten dat we “van het gas af” moeten. Aardgas is van de verschillende fossiele brandstoffen de meest gunstige brandstof. Minder CO2-uitstoot en schoner dan steenkool. Waarom aardgas niet gebruiken voor de energietransitie? Welnu, als we aardgas blijven gebruiken voor onze elektriciteitsproductie, zogenaamd omdat we bezig zijn met de energietransitie, dan lopen we over een halve eeuw opnieuw vast, terwijl er niets veranderd is. Er is nog voor meer dan een eeuw voorraad aan aardgas? Jawel, maar het gebruik stijgt nu nog, en nog sneller als we op deze voet blijven doorgaan. Als we moeten stoppen met steenkool en bruinkool, zal het aardgas zelfs nog veel sneller op zijn. En wat dan?

Zon en wind

Alle inspanningen ten spijt lijkt het energierendement van zonnepanelen nauwelijks boven de één uit te komen. Terwijl voor onze hoogontwikkelde maatschappij een energiedrager met een EROI van meer dan 10, waarschijnlijk meer dan 14, nodig is.

De EROI van windenergie is waarschijnlijk groter, rond de 15. Maar ook aan windmolens kleven levensgrote problemen. Beperkte hoeveelheid grondstoffen, en de Noordzee kan nu eenmaal niet helemaal volgebouwd worden.

Wat dan wel?

Schaliegas dan maar? De EROI schommelt rond de één. Biomassa? Idem dito. Kansloos dus om voor elektriciteitsproductie in te zetten.

Hoe gaan we dit grote probleem oplossen, als er überhaupt een oplossing is?

Wallace-Wells komt niet echt met oplossingen, hij beschrijft slechts met grote overtuigingskracht de ernst van de situatie. Of er wel oplossingen zijn is inmiddels de vraag.

Rozendaal verliest zich in geloof in nog niet ontwikkelde technieken. Hij noemt - terecht - wel kernenergie, met name thorium. Dat zal zeker uitgezocht moeten worden, ook de EROI van deze energiedrager, maar dat heeft slechts zin als het volgende ter harte wordt genomen.

Vooral veel minder

In de aller aller allereerste plaats zal de energievraag veel minder moeten zijn. Minder energiegebruik, waardoor minder broeikasgas in de atmosfeer komt. Energiegebruik, CO2-uitstoot, zal op rantsoen moeten voor consumenten en voor de overheid/overhead. En via hen worden automatisch ook bedrijven aan banden gelegd. Hoe er überhaupt nog staal geproduceerd zal kunnen worden is mij een raadsel. Vliegen kan niet meer, en de intercontinentale scheepvaart zal via deze rantsoenering ook drastisch aan banden gelegd worden.

En elke krimp van de wereldbevolking zal helpen om de catastrofe minder ernstig te maken.

 

28 juli 2019

Quintijn Hoogenboom