Ga naar home van Werkgroep Voetafdruk Nederland
Home
Columns
 Het Vrije Woord, Arnold Bomans (januari 2026)
 Beslisverandering, Arnold Bomans (maart 2025)
 Het belang van natuur, Hans Meek en Quintijn Hoogenboom (maart 2025)
 Een economie naar behoefte, Arnold Bomans (4 juli)
 Footprint Justice, Jan Juffermans (maart 2021)
 De tol van netto nul, Arnold Bomans (23 februari 2021)
 Burgerberaad over de milieucrisis, Arnold Bomans (23 februari 2021)
 Grenzen aan de groei opnieuw, Han Snijders (november 2020)
 Planet of the Humans, Quintijn Hoogenboom (20 september 2020)
 Opinie Energietransitie in Trouw, Quintijn Hoogenboom (20 augustus 2019)
 De onbewoonbare aarde en Warme aarde, koel hoofd vergeleken, Quintijn Hoogenboom (28 juli 2019)
 Biodiversiteit, bomen en Steenbreek, Jan Juffermans (15 mei 2019)
 Dode bomen, Han Snijders, april 2019
 

“Daar had ik toch iets van willen zeggen.”

Enkele redenen dat niet valt te spreken over ingrijpende maatregelen.

Waarom kunnen we geen gesprek voeren over confronterende onderwerpen en mogen de namen daarvan niet eens meer genoemd worden? Bijvoorbeeld, wie het O-woord (‘overbevolking’) in de mond neemt, loopt gevaar als ecofascist of racist weggezet te worden. Bij de vele duizenden klimaatclubs is het dan ook zoeken met een kaarsje naar het O-woord of maatregelen daartegen, zelfs niet als die zijn verhuld door termen zoals family planning of reproductive rights. Wie op het web zoekt naar het R-woord (`rantsoeneren’, Engels: rationing) als maatregel tegen overconsumptie vindt voornamelijk historisch materiaal. Alleen persoonlijk verhandelbare emissierechten (VERs ) en carbon credits duiken af en toe op.

Zelfs het eigenlijke probleem noemen is soms taboe: overheden in de V.S. worden geacht het C-woord (climate) niet meer te noemen of daarover te informeren; ook werd het woord genegeerd in een recente oudejaarsconference; en na COP30 is ook de term ‘fossiele brandstoffen’ vooralsnog uitgefaseerd van dit soort klimaatconferences. Maar niet alleen in de politiek, waar de ‘fossiele industrie’ de grootste vinger in de pap heeft, ook op social media gaat geen beeld of statistiek van een klimaatramp voorbij of er is wel een menigte die het als nep, normaal of zelfs gunstig bestempelt. In zoverre is dit begrijpelijk omdat ontkenning, of althans niet tot zich laten doordringen, een manier is om met de harde werkelijkheid of naderend onheil om te gaan. Alle misinformatie (of afleiding of helemaal geen informatie) is daarbij extra welkom om prettige illusies in stand te houden: “wat men wenscht dat gelooft men gaarne,” zoals mijn grootvader al schreef. Daarnaast valt het wijzen op iemands leefstijl in de categorie ‘onbeschoft’ en leidt zelfs het noemen van eigen duurzaam gedrag vaak tot een verdedigingsreactie en verdere confrontatie: zeg nooit dat u met de trein gekomen bent. Tot zover enkele moeilijkheden met het noemen van het eigenlijke probleem.

Het noemen van maatregelen tegen die problemen is echter ook taboe, niet alleen omdat dan het probleem verondersteld wordt aanwezig te zijn maar ook om diverse andere redenen. Ten eerste zijn maatregelen per definitie een verandering van een tot op heden prettige levensstijl, dus al zijn die maatregelen volgens ijzeren logica noodzakelijk, ze zullen niet genomen worden of het verzet ertegen is mogelijk groot. Bijvoorbeeld, uitfasering van fossiele en biologische brandstoffen op korte termijn zal de energietoevoer decimeren. In het verlengde hiervan ligt een tweede reden: maatregelen die de huidige levensstijl in stand houden klinken ruimhartig: klimaat-neutrale vakantie! Elektrisch rijden! Biobrandstof! (Een positieve gevoelswaarde kan ook verbloemen, bijvoorbeeld, klimaatrechtvaardigheid eisen, klinkt moreel hoogstaand maar betekent voor Nederland minder dan nul energie. ) Een ander voorbeeld van een ruimhartige gevoelswaarde is de zogeheten mythe van overbevolking.1 De kwestie is nu even niet of daar sprake van is maar waarom eindeloze groei van de wereldbevolking nagestreeft wordt. Het antwoord is weer de gevoelswaarde van ruimhartigheid: ieder zij immers het geluk van een grote kinderschare gegund. Wie de vinger heft over het toekomstig geluk van de kinderen zelf, loopt risico op de racisme-kaart of de overconsumptie-kaart. (Het gaat uiteraard om de som van voetafdruk maal het bijbehorende aantal voeten, dus een afweging.) Een derde reden dat niet goed over maatregelen te spreken valt, is dat maatregelen verantwoordelijkheid eisen en verantwoordelijkheid liever bij anderen gelegd wordt: laten zij ervoor zorgen, ik heb mijn best gedaan (of ik denk er liever niet over na). Een vierde reden is gebrek aan het vermogen zich voor te stellen dat ook oplossingen buiten de bestaande kaders mogelijk zijn, en zo zijn er nog wel meer redenen.

Naarmate de problemen toenemen en mensen steeds minder de gelegenheid tot structurele maatregelen hebben (of alleen al gedachten of een gesprek daarover) wordt één conclusie steeds duidelijker. De crises en maatregelen daartegen moeten weer openlijk besproken worden en die maatregelen of regels zullen moeten worden opgelegd. Het toenemend autoritarisme mag geen belemmering zijn om ingrijpen te bespreken en 4/5 van de mensen wereldwijd wil ook dat hun land meer onderneemt tegen klimaatverandering.

Er is echter nog een heel andere kwestie. Het artikel dat u nu leest, is één van de vele in een maalstroom van voorstellen en inzichten die de kiezer moeten overtuigen om eens in de zoveel jaar een andere politieke stroming te kiezen. Na die verkiezing worden op magische wijze ministers en staatssecretarissen aangewezen die eens per jaar naar een klimaatconferentie vertrekken waar elk voorstel voor een maatregel op een veto kan rekenen. We kunnen niet langer verwachten dat mythische `zij’ de crises gaan aanpakken. Voordat over problemen en maatregelen gepraat wordt, zal eerst een andere manier gevonden moeten worden om effectief over de polycrisis te beslissen – effectiever dan door het schrijven van het volgende artikel of door een COP31.

Arnold Bomans

Het document is ook als pdf te lezen, inclusief 14 eindnoten (158kB).